Edward Bach, bakterioloog, homeopaat en grondlegger van de Bach-bloesemtherapie
 

       

                           

 

Edward Bach wordt op 24 september 1886 geboren in Moseley, bij Birmingham. Hij is de oudste zoon van een bronsgieter uit een gezin van 3 kinderen uit de middelklasse en groeit op tijdens de industriële revolutie in Engeland. Als kind is hij vaak ziek. Hij is intuïtief en heeft een groot gevoel van medeleven, kan zich goed konsentreren en houdt van de natuur. Na zijn schooljaren werkt hij een aantal jaren samen met zijn vader in de metaalgieterij in Birmingham. In 1907 start hij aan de Universiteit van Birmingham met zijn lang gewenste studie geneeskunde, die hij in 1912 aan het University College Hospital in Londen afrondt.

   

Het jaar daarop start hij een eigen (huisartsen)praktijk in Harley street, Londen. Daarnaast werkt hij tot 1918 ook als assistent-bakterioloog in het Unversity College hospital en in het National Temperance hospital. Tijdens die periode ontdekt hij het verband tussen Psora (huidziekten) en chronische ziekten en bepaalde ziektekiemen in de darmflora. Ook werkt hij aan de ontwikkeling van entstoffen (vaccinaties). Hij ontdekt zo 7 vaccins (als allopaat). 

 

In 1917 wordt hij ernstig ziek. Hij heeft kanker aan zijn milt en zou nog maar 3 maanden te leven hebben. Zelf wijt hij zijn ziekte aan het opzijzetten van zijn onderzoekswerk en na een spoedoperatie keert hij terug naar zijn eigen interesse, namelijk zijn bakteriologisch werk. Hij werkt dag en nacht en na maandenlang werk, waarbij hij nauwelijks respekt heeft voor de “gezondheidsregels” betreffende voldoende slaap en gezonde voeding, blijkt zijn gezondheid erop vooruit te gaan. Na een lichamelijk onderzoek wordt hij genezen verklaard.

25 november 1918 wordt hij ingewijd in de Londense Warwickshire vrijmetselaarsloge. Jaren later wordt hij hier wegens kontributie-achterstand uit wordt gezet. Vlak voor zijn dood kent de loge van Norbury hem een geldelijke bijdrage toe.  

 

In 1919 gaat hij als patholoog-bakterioloog in het Homeopathic Hospital in Londen werken. Daar komt hij in kontakt met de homeopathische geschriften van Hahnemann. Deze ideeën spreken hem erg aan. Door kontakt met de homeopathie zet Bach zijn vaccins om in (de nu nog als darmnosoden bekend staande) nosoden (homeopathische middelen gemaakt uit ziektekiemen). In 1922 verlaat hij het Homeopathic hospital weer en konsentreert hij zich terug op zijn onderzoek. Hij richtte een laboratorium op in Parc Crescent, maar blijft zijn praktijk uitbouwen in Harley street.

 

Vanaf 1925 ziet hij de homeopathie steeds minder zitten. Hij heeft vooral problemen met de kompleksiteit van de homeopathie. Het is te ingewikkeld. Genezen moet volgens Bach “eenvoudiger” zijn en binnen ieders handbereik liggen.
 

In 1927 legt hij de basis voor de (naar hem genoemde) Bachremedies. Hij legt dan verband tussen de gemoedstoestand van een persoon en de ontwikkeling van zijn of haar ziektes. Bach maakt onderscheid in 7 groepen typen of karakterstrukturen van mensen. Deze groepen vertonen niet dezelfde ziekten, maar wèl hetzelfde reaktiepatroon wanneer zij ziek worden. Ook vertrekt hij naar Wales, de natuur in om eenvoudigere geneesmiddelen te vinden. Daar “ontdekt” hij de Reuzenbalsemien (Impatiens), Maskerbloem (Mimulus) en Bosrank (Clematis). In zijn laboratorium in Londen maakt hij er homeopathische bereidingen van en experimenteert ermee in zijn praktijk, met heel behoorlijke resultaten.

 

Hij gaat ervan uit dat elke ziekte vermeden kan worden door in harmonie te zijn met onze diepste kern, namelijk onze ziel. Elke ziekte is volgens hem een gevolg van een disharmonie tussen de persoonlijkheid (verstand en gevoel) en het diepste verlangen (wilsaspekt) van de ziel. In dit uitgangspunt werd Bach gevolgd door John Henry Clarke, één van de belangrijkste Londense homeopathen in die tijd. Tegen het einde van 1929 stapt Bach af van alle andere behandelingen. Een jaar later geeft hij ook zijn praktijk en laboratorium in Londen op en gaat samen met Nora Weeks, een röntgenlaborante vanuit zijn praktijk, naar Wales.

 

Dan ontdekt hij de bloesemenergie in dauwdruppels. Wanneer hij de dauwdruppels van de bloesems op zijn hand of tong voelt, en hij de helende werking ervan ervaart, zoekt hij naar manieren om hiervan een nieuwe geneesmethode te maken. Daarvoor ontwikkelt hij de “zonmethode”. Dat is een manier van verdunning waarbij hij een glazen kommetje van ongeveer twee handen groot vult met zuiver bronwater. Daarin legt hij bloesems van eenzelfde soort en plaatst die drie uur in de volle zon, of tot er tekenen van verwelking ontstaan. Dan verwijdert hij de bloesems. Op dat moment heeft het bronwater dat overblijft dezelfde helende werking als de dauwdruppels van die betreffende bloesem. Dit water kan dan vervolgend, aangelengd met eenzelfde hoeveelheid alkohol, bewaard worden en worden gebruikt als ‘moedertinktuur’ van zijn nieuwe geneesmethode.

 

In 1932 ontdekt hij 12 remedies voor 12 karaktertypes en publiceert hij zijn eerste boekjes over deze nieuwe Bach bloesemtherapie: “The Twelve Healers" en "Heal Thyself’. Later werden er nog 7 "helpers" bijgevonden.

In 1935 gaat hij over op de stocktinktuur (verdere verdunningen) en ontwikkelt de kookmethode voor de 19 bijkomende remedies voor planten die in bloei stonden op het moment dat de zon niet krachtig genoeg scheen om remedies te maken. Zijn therapie beslaat dan 38 remedies:

Met 38 remedies verklaart Edward Bach eind 1935 zijn therapie “volledig”. 

 

In 1936 verbrandt hij al zijn vorige geschriften om verwarring te vermijden en komt hij met zijn definitieve versie van “Genezing door bloemen”. Het bevat 7 hoofdstukken, waarin de 38 remedies opnieuw gerangschikt zijn naar 7 verschilldende basale gemoedstoestanden. Hij heeft zijn taak volbracht. Op 27 november 1936 overlijdt hij op 50-jarige leeftijd vredig in zijn slaap.

 

Nora Weeks verspreidt zijn gedachtengoed verder door in het Bach-Flower-centrum kursussen te organiseren. Het Bach Flower-Center is nu nog in Mount Vernon gevestigd, de plaats waar Edward Bach in 1934 zijn centrum vestigde en definitief is gaan wonen.