Gemmotherapie is een onderdeel van de homeopathie (en fytotherapie) waarbij voornamelijk bladknoppen en jonge scheuten van bomen en struiken gebruikt worden in een 1D-potentie. Deze bladknoppen worden tijdig geoogst gedurende hun natuurlijke ontwikkeling en worden heel vers verwerkt door maceratie in een mengsel van water, alkohol en glycerine.

 

Knoppen en jonge scheuten bestaan uit embryonale weefsels in volle ontwikkeling die de totale kracht inhouden van de toekomstige boom of struik. Daarom vindt men er een echte koncentratie van energie en vitaliteit. Ze bevatten eveneens veel aktieve principes die niet meer aanwezig zijn in het volwassen gewas. Dit verklaart de brede reeks toepassingen en de werkzaamheid van de remedies der gemmotherapie.

 

De gemmotherapie is in de jaren 60 ontstaan dankzij Pol Henry, een Belgische arts. Hij heeft het resultaat van zijn onderzoeken en klinische testen in 1970 gepubliceerd en deze nieuwe therapie "Phytoembryotherapie" genoemd. Deze kennis werd later opgenomen en verder ontwikkeld door Max Tétau, Frans homeopaat en apotheker, die het geheel vervolgens "gemmotherapie" genoemd heeft. Dit woord stamt van het Latijnse "gemmae" dat tegelijk plantenknop en edelsteen betekent. Deze naam werd algemeen aangenomen.

 

Net als homeopathische middelen is bij de gemmotherapeutische middelen de uitvaldatum op het flesje wettelijk verplicht. Maar ook hier impliceert dit niet dat de inhoud zijn eigenschappen na deze datum verloren heeft.

 

De knoppen en jonge spruiten bestaan uit embryonale weefsels die alle genetische informatie van het toekomstig gewas bevatten. Ze zijn rijker aan nucleïnezuren en groeihormonen dan de andere weefsels. Ze bevatten ook vitaminen, spoorelementen en mineralen alsook andere aktieve principes die geleidelijk aan zullen verdwijnen gedurende de verdere ontwikkeling van het gewas. De knop heeft een werking op elk nivo bij de mens: fysiek, fysiologisch en mentaal/emotioneel.

 

Aangezien de gemmotherapie produkten gebruikt die in volle ontwikkeling zijn, houden haar remedies alle eigenschappen van het gewas in, dus zowel de eigenschappen van de bloemen als van de bladeren, de vruchten, het hout en de wortels. Zo heeft het knopekstrakt van de meidoorn (Crataegus oxyacantha) de eigenschappen van de vruchten (werking op de hartspieren) èn van de bloemen (invloed op het hartritme). Ter onderscheiding van oertinkturen (ø) of D1-poterties worden gemmotherapeutische middelen met 1D aangeduid.