Orgaanmiddelen zijn gebaseerd op de geneesmethode van de Middeleeuwse arts Paracelsus (1493 - 1541). Paracelsus was (in Middeleeuwse begrippen) een alchemist, een magiër. Hij wist uit bepaalde stoffen krachten vrij te maken die genezend werken.

 

Ik citeer Elke Bussler, de vertaalster van de Paracelsus-werken:

“Maar homeopathie is ook een soort magie. Want homeopathie brengt veranderingen in de stof teweeg door niet-stoffelijke middelen. Toch heb je als homeopaat geen bovennatuurlijke vaardigheden nodig om het te leren beoefenen. Tot op zekere hoogte kan iedereen met het nodige verstand homeopathie als wetenschap leren. En dat is al heel wat. En enkelen zijn er, die de homeopathie daarenboven als kunst weten te hanteren.

 

Homeopathie is magie voor niet-magiërs. Samuel Hahnemann heeft in 1796 de wereld de sleutel daarvoor aangereikt en de methode tot aan zijn dood in 1843 uitgebouwd en verder ontwikkeld. Tot op heden is hier verder aan gebouwd, zonder dat er iets wezenlijks aan is veranderd. Zo komen er bijvoorbeeld steeds nieuwe middelen bij, toch gaat er nooit een middel uit. Want het wezen van de homeopathie is tijdloos.

 

En toch zijn er - afgezien van de grenzen van de individuele homeopaat - ook grenzen van de homeopathie als methode. Er zijn gevallen, en de homeopaat ziet zich er steeds vaker mee gekonfronteerd, die het persoonlijke leven overstijgen en waar de homeopaat als homeopaat geen antwoord op kan geven.

 

Paracelsus geeft antwoorden die verder reiken. Zijn werk is omvattender, er zit een dimensie extra in. Maar het is ook oneindig veel moeilijker te begrijpen, laat staan te hanteren. Hij was voor zijn tijdgenoten al een wandelend mysterie, en daar is nog niet veel verandering in gekomen.


Hahnemann heeft met de homeopathie als het ware één deel van het werk van Paracelsus opgepakt, dit uitvergroot en uitgewerkt en behapbaar gemaakt voor de mens van zijn tijd tot heden. Het wordt tijd dat de rest van de schat wordt gedolven en dat ermee gewerkt gaat worden.”

 

 

 

      

Het Volumen Parairum, vertaald door Elke Bussler

Het Volumen Paramirum van Paracelsus


Probleem was (en is) dat de geschriften van Paracelsus zeer moeilijk te begrijpen zijn. Johann Gottfried Rademacher, een tijdgenoot van Samuel Hahnemann, heeft de praktische elementen uit de medische werken van Paracelsus gehaald en die gebundeld in zijn “Erfahrungsheillehre”, maar daar is door de toenmalige homeopaten niet veel mee gedaan.

 

Aan het eind van de negentiende eeuw heeft de Engelse homeopaat James Compton Burnett de geneesmethode van Paracelsus/Rademacher geïntegreerd in de homeopathische behandeling. Burnett was zeer suksesvol in de behandeling van mensen met zeer ernstige, ogenschijnlijk onomkeerbare ziekten.
 

Wanneer gebruiken we nu deze orgaanmiddelen?

Wanneer een mens gezond is, is die mens in balans. Bij ziekte is er aan de ene of andere kant een teveel of tekort. Dit kan in principe door homeopathische prikkeling van de eigen levenskracht weer in balans worden gebracht.

 

Maar soms is door langdurige ziekten een bepaald orgaan al zover aangedaan, dat dat orgaan door homeopathische prikkeling niet meer in balans te brengen is. Wat we in de homeopathische behandeling dan zien is een algemene verbetering, maar op het gebied van dat specifieke zieke orgaan is er helemaal geen verbetering. Hier is sprake van een ziekteproces dat in dat orgaan al stoffelijike veranderingen teweeggebracht heeft. De homeopaat kan dan een specifiek op dat orgaan gericht middel geven dat niet, of heel weinig, gedynamiseerd is.

   


Iris is een orgaanmiddel dat de pancreas heelt

Iris versicolor

 

Mariadistel, orgaanmiddel voor de lever.

Carduus-marianus

                                                      

Bij een konkrete stoffelijke belemmering van een specifiek orgaan hoort homeopathisch gezien ook een stoffelijk (= minder gedynamiseerd) middel dat specifiek de kracht van dàt orgaan aanspreekt. Het gaat hier dus om middelen met een selektief effekt op bepaalde organen. Wat dat orgaanmiddel dan bewerkstelligt is dat orgaan in gezonde situatie terug te brengen zodat de dynamus niet meer op de pathologie van dat orgaan botst. Met een orgaanmiddel ruim je het ziekteprodukt op. Wanneer bijvoorbeeld de lever door drank- of medicijngebruik verzwakt is, kan o.a. Carduus-marianus ervoor zorgen dat deze lever weer gezonder wordt. Hierdoor wordt het hele organisme weer sterker en kan men als gevolg daarvan beter op andere homeopathische middelen reageren.

 

Orgaantherapie is de laagste stap op de ladder van gelijksoortigheid. De orgaanmiddelen lossen niet de aanleg voor de ziekte op. De konstitutie, de incidenten, de akute oplevingen van de konstitutie worden nog steeds behandeld volgens de blaadjes van de ziekteklassifikatiebloem (zie elders op deze website). Maar bij al diep in het orgaan doorgedrongen ziekten is het noodzakelijk specifiek dat orgaan te behandelen met orgaanmiddelen in oertinktuur of heel lage potenties.