500 jaar geleden ontwikkelde de Middeleeuwse arts Paracelsus al een universele visie op de geneeskunde. Paracelsus onderscheidde vijf richtingen in de geneeskunst, en in feite zijn alle huidige geneeskundige systemen in één of soms meerdere van deze richtingen onder te brengen.

 

Paracelsus leert ons dat er vijf verschillende manieren zijn om ziekten te genezen Hij onderscheidt de volgende therapeutische dokters of therapeuten:

  1. naturales: therapie op basis van de natuur der ziekteverschijnselen. Het gaat hier om verbetering van de natuurlijke leefomstandigheden: zo wordt teveel kou met iets warms behandeld, teveel vocht met iets droogs, teveel volheid door lediging, teveel leegte door vulling: kortom in de geneeskundige behandeling aanpassing van de natuurlijke levensomstandigheden:
    • tekorten in voeding vragen om (gezond) voedsel,
    • een te “zittend” leven vraagt om meer bewegen,
    • tekort aan slaap vraagt om ekstra slapen, enzovoorts;
  2. specifici: behandeling door ingrijpen van buitenaf op dàt specifieke ziektebeeld, waardoor steeds kunstmatig de harmonie van dat specifieke orgaan of orgaansysteem hersteld wordt. Hierin zie je veel van de zogenaamde allopathische behandeling terug, maar ook een aantal kruidenbehandelingen kun je hieronder plaatsen. Kortom, alle plaatselijke behandelingen die in de geneeskunde verricht worden;
  3. characterales: hier vindt genezing plaats door middel van “het woord”: via de kracht van het woord wordt inzicht gegeven in of begrip bijgebracht voor de situatie. Het betreft hier allerlei vormen van psychotherapie, hypnotherapie, regressietherapie, filosofie, drama, astrologie, enzovoorts;
  4. spirituales: behandeling door de innerlijke kracht (de “quinta essentia”) uit kruiden, planten of mineralen vrij te maken en te beheersen. Deze vrijgemaakte “quinta essentia” spiegelt als het ware de ziektesymptomen van de zieke mens op energetisch nivo, waardoor diens innerlijke geneeskracht (archaeus) gestimuleerd wordt. Dit is het gebied van de homeopathische geneeskunst;
  5. fideles: behandeling door middel van geloof, levensovertuiging, gebed. Hier zie je de genezing door “kosmische” of Goddelijke energie, het hoger zelf, het uitwerken van Karma…..

Geneesmiddelen worden door Paracelsus “arcana” (geheim) genoemd. Het is niet de stoffelijke substantie van dit arcanum dat van belang is. Het is de “quinta essentia” (ofwel de kwintessens) van de artsenij die het geneesmiddel vormt. Dat is het geneesmiddel, gekoncentreerd in zijn kracht en ontdaan van zijn giftige werking. De werkzame krachten van het geneesmiddel dienen te worden vrijgemaakt uit de prima essentia, de materie die ze gevangen houdt, en zo tevens te worden ontdaan van hun giftige werking. Met andere woorden: losgemaakt uit de vier elementen van de materie en vrijkomend in een nieuw vijfde element. Solve betekent losmaken uit het lagere, het zwaardere. Deze quinta essentia bevindt zich dus latent, als een vijfde element, in de overige vier elementen. Het gaat hier om de zeer fijne etherische substantie, die de "deugd", de werkzame kracht van elk wezen uitmaakt. Deze quinta essentia is de drager van de bijzondere heelkracht van kruiden, metalen, stenen, etc en zij bezit het vermogen tot verandering, aktivering, bevrijding en heelwording.

Naast het losmaken van deze quinta essentia is het de kunst de overeenstemming tussen ziekte en geneesmiddel te vinden. Paracelsus zoekt deze overeenstemming voornamelijk in de signatuurleer. In de homeopathie kan deze quinta essentia van geneeskrachtige middelen op een wetenschappelijke, rationele manier worden ontdekt door de geneesmiddelenproeven op gezonde mensen.

 

Paracelsus vindt het heel belangrijk dat de geneeskundige (welke geneeswijze hij ook beoefent) inzicht heeft in de oorzaken van ziekte. Want, zegt Paracelsus, genezing moet ergens op gebaseerd zijn, dus men moet kennis hebben van dàt wat genezing nodig heeft. Ook hier ziet hij vijf werkzame krachten in de mens: vijf oorsprongen waar alle ziekten uit voort kunnen komen. Ook deze ziekteoorzaken noemt hij entia. Wanneer deze vijf entia in zichzelf en met elkaar in harmonie zijn, ben je gezond. Disharmonie in en tussen één of meer van deze entia geeft ziekte:

  1. het ens naturale laat ziekten zien die te maken hebben met de aangeboren aanleg voor bepaalde ziekten;
  2. het ens veneni drukt zich het meest sprekend in het spijsverterings- stofwisselings- en hormonaal klierstelsel uit. Hier is sprake van ziekten die worden veroorzaakt door de gifwerking die ontstaat door de voor die mens verkeerde samenstelling van voeding en lucht. Als deze mens dan niet voldoende kan scheiden wat “goed” voor hem is en wat uitgescheiden dient te worden, wordt hij inwendig vergiftigd. Ook de gifwerking die ontstaat door het niet-uitscheiden van giffen ten gevolge van emoties of mentale overbelasting speelt hier mee;
  3. het ens astrale laat ziekten zien die worden veroorzaakt door astrale invloeden, die op hun beurt weer atmosfeer, klimaat, weer en milieu beïnvloeden, waardoor dan vervolgens, bij mensen die daar vatbaar voor zijn, infektueuze ziekten ontstaan;
  4. het ens spirituale drukt zich voornamelijk via de geest uit. Hier zien we ziekten die ontstaan door beïnvloeding van negatieve ideeën, door gekwetst, gekrenkt, gekleineerd, teleurgesteld, in de steek gelaten worden, of door verdriet, boosheid, angsten, en zo verder;
  5. het ens Deale, het eeuwige zijn, dat in de inkarnatie in het onderbewustzijn werkt en van daaruit de impulsen van het Ik kleurt en bepaalt. Dit is door alle inkarnaties heen voortdurend het eigenlijke wezen wat zich door de arbeid van het Ik steeds meer ontwikkelt. Wanneer dit innerlijk Goddelijk wezen zich onvoldoende kan uitdrukken in de mens kan de mens ziek worden. Hier zien we de uiteindelijke oorzaak van alle ziekten: de Goddelijke voorbeschikking ofwel karma. Paracelsus noemt iedere ziekte een vagevuur, en pas als het Goddelijk voorbestemde moment is aangebroken zal genezing plaats kunnen vinden.

Gezondheid drukt zich uit in balans tussen de Sulphur, Mercuur en Sal (lichaam, ziel en geest) wat we volgens Paracelsus weer terugzien in het pentagram mens. Paracelsus onderscheidt drie bekende principes. Alles, dode en levende substanties op aarde, inklusief levende wezens, bestaat volgens hem uit deze drie principes. Deze principes noemt hij de drie genera. Hij verbindt deze drie genera met de vier elementen van Hippocrates in de volgende volgorde: warmte - SULPHUR - lucht - MERCUUR - water - SAL - aarde.

  1. Sal staat voor het harde en is te vergelijken met het lichaam: de funktie van het zout is zuiveren, reinigen, balsemen en andere dergelijke processen die erop gericht zijn de instandhouding van de struktuur te bewaren door het verhinderen van rotting en autolyse (zelfvertering) en het op peil houden van de specifieke spannings- en ladingsverschillen;
  2. Mercuur heeft de funktie van het vluchtige, vergelijkbaar met de geest: de vochtstroom, waarbij primair aan bloed wordt gedacht: toevoer en afvoer van voedingsmiddelen en afvalstoffen. Sekundair zien we hier het oplossen en verwijdering van ongeschikte stofwisselingsprodukten;
  3. Sulphur heeft te maken met de ziel en geeft al wat brandbaar is in colloïdale vorm. Het heeft te maken met oxydatie van substanties. Sulphur regelt de processen van opbouw en afbraak, de gasstofwisseling der inwendige organen.

De drie genera zien we in alles terug. Ieder lichaam bestaat uit drie oerbeginselen: lichaam, ziel en geest, die op een bepaalde manier via de vier Hippocratische elementen zijn samengevoegd.

Paracelsus vergelijkt de drie genera met de stammen van drie verschillende boomsoorten: de arbor salis, de arbor mercurii en de arbor sulphuris. Deze arbor van genera vormen vertakkingen over de kosmos en de levende wereld, waarin ook de vele afzonderlijke ziekten en artsenijen een plaats hebben. Deze drie genera laten zich zien in: