Rudolf Steiner
Rudolf Steiner

 

Korte biografie van Rudolf Steiner

  

Rudolf Steiner is geboren op 27 februari 1861 in Kraljevic. Toen lag dat in Oostenrijk, nu op de grens van Kroatië en Hongarije. Van zijn 2de tot zijn 8ste jaar groeide hij op in Pottschach, ongeveer 100 km ten zuiden van Wenen. Deze kindertijd stond in het teken van de polariteit tussen

Steiner werd in deze jaren door zijn vader zelf onderwezen en hij zat dus uren naast hem in het stationsgebouw en moest daar lezen en schrijven leren terwijl zijn vader tussendoor zijn werk deed. De aandacht van het kind Rudolf Steiner was meer gericht op wat er gebeurde bij treinen en telegraaf, dan op de schrijfoefeningen.

 

Rond zijn 8ste levensjaar verhuisde het gezin naar Neudörfl Hongarije, dicht bij Wiener Neustadt. Hij kwam een stuk dichter bij Wenen terecht, en ging hier ook naar school. Wiskunde was een openbaring voor hem. Voor het eerst maakte hij kennis met iets wat àchter de realiteit zat. Wiskunde kun je niet zien, is alleen maar gericht op het denken. Het steunde hem in zijn weten dat er meer was dan alleen de zichtbare wereld. Hij leerde wel zijn mond te houden over wat hij paranormaal waarnam, omdat zijn ouders dat niet serieus namen. Maar later vertelde hij dat hij overleden mensen waarnam. Op de middelbare school neemt zijn belangstelling voor de eksakte vakken toe, en ook filosofie interesseert hem zeer. Hij bestudeerde op jonge leeftijd de werken van Kant en slaagde cum laude voor de middelbare school.

  

Omdat zijn vader vond dat hij ingenieur moest worden ging hij in Wenen biologie, scheikunde, natuurkunde, wiskunde en filosofie studeren. Hij bestudeert de werken van Kant, Hegel, Fichte, Schelling en ook Darwin.

De leraar die op de Technische Hogeschool in Wenen les gaf in Duitse literatuur was Karl Julius Schröer. Deze Schröer was een Goethe-kenner en heeft Steiner in kontakt gebracht met de natuurkundige werken van Goethe. Goethe was een kunstenaar, en zijn beweringen waren niet wetenschappelijk onderbouwd.

Steiner zag het als zijn opdracht theoretisch te onderbouwen van wat Goethe intuïtief gedaan heeft, daar een wetenschappelijke basis aan te geven.
  

Hij studeert niet af in Wenen, maar gaat op verzoek van Schröer naar Weimar om mee te werken aan de heruitgave van de werken van Goethe waarbij Steiner het natuurwetenschappelijk werk voor zijn rekening nam. Hij schrijft in Weimar een proefschrift, en promoveert tot doctor in de filosofie met een proefschrift, getiteld “Waarheid en Wetenschap”, een proefschrift dat later uitgroeide tot het boek “Filosofie der Vrijheid”. Als hij 36 jaar is verhuist hij naar Berlijn. Daar komt een keerpunt in zijn leven. Hij gaat lezingen geven, onder andere op een Marxistische vormingsschool voor arbeiders. Hij had al eerder huisonderricht gegeven. Vele arbeiders in die tijd zochten naar vorming en kennis, en wat Steiner te vertellen had sprak die mensen enorm aan.

  

Maar ook komt hij in kontakt met de Theosofie. Hij ontmoet daar mensen als Annie Besant en Madame Blavatsky, die ook “over de grens” heen kijken. Daar treft hij als het ware een tehuis aan. Hij wordt later meer aktief in de Theosofische beweging, en is algemeen sekretaris geworden. Vanwege een meningsverschil is hij later weer uit de Theosofische Vereniging gegaan en heeft samen met zijn vrouw Marie Steiner de Antroposofische Vereniging opgericht. De Theosofie richtte zich op de Oosters-Indische filosofieën (materie = maya) en heeft deze naar het westen toegebracht. De antroposofie wil zich richten op en ontwikkelen vanuit het westers denken. Antroposofie werkt met argumenten, doet een beroep op de eigen denkkracht. Inzichten moeten niet iets zijn van één ingewijde, goeroe, wiens ideeën blind worden nagevolgd. In de antroposofie is iedereen zijn eigen goeroe. Op basis van eigen waarnemingen en eigen denkprocessen en argumenten kan een ieder tot geestelijke groei komen en ingewijd raken in de essentie van het zijn.

  

Steiner sterft op 30 maart 1925. Na zijn dood zijn er grote ruzies geweest in de antroposofische vereniging. Daar waar mensen met essenties bezig zijn, worden dingen scherp.

Maar ondanks dat groeit de belangstelling voor het antroposofisch gedachtengoed enorm en spreidt de antroposofie zich nu over de hele wereld uit.