De nieuwe denker
De nieuwe denker

 

Het drieledig mensbeeld in de antroposofische geneeskunde

 

Gezond zijn heeft niet alleen te maken met het goed funktioneren van het fysieke deel van een mens, maar ook met het gebied van de psyche (ook wel ziel genoemd) of met het gebied van de geest, waartoe de idealen van een mens behoren.

 

Wanneer we het fysieke aspekt van de mens bekijken, zien we eveneens een drieledig principe: twee polen met daartussen een middengebied:

Men kan dus zeggen dat om goed te funktioneren in het hoofd relatieve rust nodig is, in de ledematen en buik beweging, en in het midden een ritmische wisseling tussen rust en beweging. Wanneer één van de polen te sterk werkt, kunnen ziektes ontstaan. Werkt het zenuw-zintuigstelsel te hard door een overmaat aan bewustzijn (te veel indrukken of te veel gedachten) of schiet het stofwisselings-ledemaatstelsel te kort, dan zullen dat meer “verhardende” en “uitdrogende” ziektes zijn, zoals bijvoorbeeld reuma. Heeft het stofwisselings-ledemaatstelsel meer de overhand, dan overheerst eerder de warmte en is er kans op ontstekingsachtige ziekten. Het ritmische middengebied heeft als bemiddelaar in het voorkomen van ziekten en in het genezingsproces een belangrijke taak.


Ook in een plant vind je deze driegeleding terug, alleen andersom. Daarom wordt een mens ook wel eens een “omgekeerde plant” genoemd:

In de antroposofische geneeskunde wordt gebruik gemaakt van het gegeven dat in mensen en planten gelijksoortige processen spelen. Bij de bereiding van geneesmiddelen wordt zowel met de hele plant alsook met de verschillende plantendelen gewerkt. Voor geneesmiddelen die in het hoofdgebied dienen te werken, wordt over het algemeen het wortelgedeelte van een bepaalde plant gebruikt. Voor ziektes die uit de stofwisseling voortkomen gebruikt men het bloemgedeelte en voor een versterking van het ritmische middengebied de stengels en bladeren.